Bijgewerkt op 28 september 2008

Bespiegelingen over UFO-onderzoek en buitenaardse bezoekers

Door Jenny Randles

Discussie over de buitenaardse hypothese kan geen kwaad. Het is een debat dat de UFO-gemeenschap moet voeren vanuit een zinniger perspectief dan de overgevoelige en meestal veel te simplistische manier waarop het gewoonlijk gebeurt.

Wat we echter niet moeten vergeten is dat de buitenaardse hypothese één mogelijke verklaringstheorie is voor sommige gevallen - niet meer en niet minder. Het heeft dezelfde status als bijvoorbeeld het idee dat sommige UFO-gevallen potentiële bezoeken zijn door tijdreizigers. Maar natuurlijk krijgt de buitenaardse hypothese ongeveer een miljoen keer meer aandacht.

En daarin ligt het probleem.

Dit is een theorie die op zijn best potentieel relevant is voor misschien 2% van alle UFO-gegevens, maar een die buitensporig veel wordt toegepast, niet als een theorie maar als een bijna-zekerheid voor zo'n 99% van de UFO-gegevens.

We moeten die onjuiste voorstelling van zaken corrigeren, omdat het vele schisma's veroorzaakt binnen de ufologie en het de publieke perceptie van waar ufologie over gaat enorm heeft vervormd.


De buitenaardse theorie

De echte rol van ufologen is niet, en is nooit geweest, om de realiteit van een buitenaardse aanwezigheid op aarde te bewijzen. Het gaat om het definiëren van de oorzaken achter de onopgeloste UFO-gegevens (welk percentage van het materiaal die status volgens jou ook maar verdient).

De buitenaardse hypothese heeft een aanvullende rol naast het definiëren van een mogelijke gedeeltelijke oplossing van dat materiaal - hoewel ze niet beter is dan de nulhypothese dat de onopgeloste zaken zullen sneuvelen zoals de opgeloste zaken daarvoor sneuvelden om een of ander bekend verschijnsel te worden, als er maar de juiste hoeveelheid tijd en moeite aan wordt gespendeerd.

We lijken onszelf voorbij te zijn gelopen door de aantrekkelijke verleiding van de buitenaardse theorie (hoewel, nogal paradoxaal, de afgrijselijke voorstellingswereld van de meeste nabije ontmoetingen van de vierde categorie [UFO-ontvoeringen - red.] suggereert dat we ons gelukkiger mogen prijzen als we de buitenaardse theorie zouden kunnen verwerpen in plaats van omhelzen).

Inderdaad ligt daarin een curieuze tweedeling - als ufologen echt zouden geloven dat we overgeleverd waren aan ontvoering, geëxperimenteer en minder goedgezinde 'grijzen', en dat we eenzaam vechten tegen een golf van ongeloof, hoe komt het dan dat de meeste ufologen door dit trauma niet krankzinnig zijn geworden?

Maar als we erover nadenken... Dit doet mij vermoeden dat de buitenaardse theorie onbewust wordt gezien als amusement voor UFO-onderzoekers in plaats van een overtuiging dat het een letterlijke realiteit is. We koesteren de hoop, aangezien het ons toestaat om ons in onze vrije tijd te laten meevoeren in een real life aflevering van Star Trek. Maar we moeten erkennen dat het een onaannemelijke mogelijkheid is, anders zou het ons zeker nachtmerries bezorgen.

De ufologie kan de buitenaardse theorie zeker bediscussiëren, en het is het waard om dat te doen, maar alleen als we accepteren dat het een nevenvraagstuk is naast de ware vragen over UFO-onderzoek, in plaats van de alfa en omega van de zaak.

Deze overinflatie van haar belangrijkheid is de vergissing die we hebben gemaakt sinds de dagen van Donald Keyhoe [auteur van o.a. Vreemdelingen uit het heelal (1974) - red.].

In plaats daarvan dienen we opnieuw in te schatten wat onze ware behoeften zijn.


Vier stappen

Stap één is vast te stellen dat er zaken zijn die een gangbare verklaring trotseren. Ik acht het waarschijnlijk dat de meeste ufologen het er over eens zijn dat ze bestaan en dat dit waarschijnlijk ook geldt voor de meeste sceptici. De enige discussie zou gaan over hoeveel. In mijn optiek spreken we mondiaal over enkele tientallen zaken per jaar; het zijn er veel minder dan algemeen wordt aangenomen, zeker door de media, die tegenwoordig van elk lichtje-in-de-lucht of elke zeemeeuw vastgelegd met een digitale camera een 'verbazingwekkend ruimteschip' maken (als een gemakkelijk verhaaltje om ruimte te vullen dat niets met de waarheid te maken heeft).

We hebben hier dus een grote klus te doen om duidelijk te maken hoe de werkelijkheden waar wij ufologen mee worden geconfronteerd verschillen van de wijdverspreide misvattingen die op grote schaal leven.

Stap twee is vervolgens om vast te stellen of enige van deze onopgeloste zaken fundamenteel niet in bekende termen is op te helderen. Dit is het belangrijkste discussiegebied binnen de moderne ufologie. Kan rigoureus onderzoek van de meer interessante zaken deze alle tot hun wortels ontleden en geloofwaardige verklaringen opleveren die waren ontsnapt aan eerdere onderzoekers? Vaak, zo doen de recente feiten vermoeden, is het antwoord duidelijk ja, maar is 'vaak' hetzelfde als 'altijd'? Ik vrees van niet en denk werkelijk dat we een kleine kern van materiaal hebben dat de weerspiegeling vormt van het ware UFO-mysterie, maar de omvang ervan krimpt jaar in jaar uit. De nulhypothese moet serieus worden genomen, hoewel ik er geen aanhanger van ben.

We moeten voortbouwen op verleden onderzoek (bv. door Battelle en GEPAN) dat heeft getracht om voor zulke onoplosbare zaken bewijsmateriaal aan te dragen in plaats van ze louter hoog te houden als geïdentificeerde vliegende objecten in de knop. Dit is het enige dat de realiteit van werkelijk bestaande UFO's als een nieuw onbekend fenomeen (of waarschijnlijker enkele verschillende fenomenen) tegenover de wetenschappelijke gemeenschap zal bewijzen. Voor we zover zijn, is redetwisten over welke theorie dan ook (de buitenaardse theorie inbegrepen) echt voorbarig.

Stap drie kan er alleen komen als we in algemene overeenstemming vaststellen dat er zaken zijn die niet zullen worden opgelost als bekende natuurlijke verschijnselen. Indien er duidelijk zaken zijn die wijzen in de richting van dingen voorbij de grenzen van de momenteel aanvaarde wetenschap (ik denk dat ze er zijn), dan moeten we oplossingen vinden in die grensgebieden.

Dit betekent het onderzoeken van concepten als UAP [ongeïdentificeerde verschijnselen in de lucht - red.], superbolbliksem, aardlichten, transiënte fenomenen enz. Opties die onze kennis van bijvoorbeeld atmosferische natuurkunde zouden uitbreiden en nog geen grote paradigma-verschuivingen vereisen, zoals de aanwezigheid van buitenaardsen of tijdreizigers dat wel doen. Zo werkt wetenschap en we moeten ons aan de regels houden.

Stap vier - die we naar mijn mening al te vroeg hebben omarmd - houdt in vast te stellen welke van de meer exotische theorieën het best werkt voor het kleine restant aan zaken dat we nog over zouden houden. De buitenaardse theorie komt echt pas in beeld als we zover komen. En ik denk dat we nog lang niet zover zijn. We hebben nog niets bewezen voorbij de eerste drie stappen hierboven.


Aannemelijkheid en noodzakelijkheid

We schijnen aannemelijkheid hier te verwarren met noodzakelijkheid. Natuurlijk is het aannemelijk dat buitenaards leven bestaat en ons hier zou kunnen bezoeken. Het is ook aannemelijk dat we op een bepaald moment in de volgende eeuw een tijdmachine hebben (aan verscheidene prototypes wordt op dit moment in natuurkundige laboratoria gewerkt), wat tijdreizigers uit de toekomst een geloofwaardige oplossing maakt. Maar aannemelijk zijn is niet hetzelfde als noodzakelijk zijn. Deze theorieën moeten zich aan ons opdringen via het bewijsmateriaal als het meest waarschijnlijke antwoord boven en voorbij de antwoorden die in de stappen ervoor komen.

En kunnen we eerlijk zeggen dat we dit doen?

Als je dat denkt, bewijs dan de gegrondheid van dat geloof. Bewijs voor gegrondheid moet echter meer zijn dan de gebruikelijke praktijk dat Jan Jansen iets vreemds zag en dacht dat het een ruimteschip was. Of dat het leek op een ruimtevaartuig met eigenschappen die onze technologie overstijgen enz.


De term vliegende schotel

Houd in gedachten dat op dag één van de moderne ufologie (24 juni 1947) Kenneth Arnold enkele sikkelvormige voorwerpen zag en beschreef dat ze vlogen als schotels die over het water ketsten - waar de term vliegende schotel van afstamt. En hocus pocus pas, vele jaren later zien duizenden mensen gelijksoortige dingen. In een cultuur gevormd door tv-programma's, films, kranten en stripboeken enz. worden deze valse voorstellingen van schotelvormige objecten vrolijk afgebeeld als representatief voor hoe een buitenaards ruimtevaartuig er uit zou moeten zien.

We worden niet overspoeld door beelden van sikkelvormige voorwerpen die door de lucht springen als een steen over de zee. Maar we worden wel overspoeld door meldingen van ruimteschepen gemaakt van zand. Door dit feit alleen zijn getuigenverklaringen in feite geneutraliseerd als een weg naar bewijs.


Geloof en verwachting

Bij UFO-onderzoekers is bekend dat wat mensen zien als UFO's op zijn minst gedeeltelijk afhankelijk is van geloof en verwachting. Dus getuigenverklaringen dat ze iets zagen waarvan ze dachten dat het een buitenaards ruimteschip was, kunnen niet worden beschouwd als dwingende redenen om de buitenaardse theorie te aanvaarden boven een van de eerdere stappen in de keten die ik hierboven beschreef.

Bedenk ook dat we juist een nieuwe sonde op Mars hebben neergezet. Aannemend dat er daar enkele intelligente korstmossen zijn die discussiëren over het licht in de lucht dat ze in de buurt van de pool zagen vallen, dan zouden ze hun zaak moeten bewijzen met meer argumenten dan: Nou, het leek erop dat ik een metaalachtig dingetje zag waar de Martiaanse technologie onmogelijk aan kan tippen. Ik geloof nu in aardbewoners en denk dat de hoofdkorstmos dit al weet en een aardvoertuig heeft verstopt in een geheime grot onder Mons Olympus.

Ze zouden met het bewijsmateriaal voor de dag moeten komen dat (in dit geval) echt door hen gevonden kan worden - de lander met zijn niet-Martiaanse technologie, en met overal menselijk DNA en vingerafdrukken erop enz.

Dit is het equivalent van wat benodigd is om de buitenaardse theorie zich aan ons te laten opdringen boven alle minder exotische mogelijkheden. Het is dit soort bewijs dat moet worden bediscussieerd - als het bestaat - niet percepties van getuigen over wat ze dachten dat ze zagen of praatjes van een schimmige regeringsagent die zegt dat ze ooit dit zagen of toevallig eens hoorden dat de president toegaf dat er een ruimteschip in zijn kast ligt.

Als ET hier is, dan is het bewijs hier ook. Als het bewijs er niet is, dan is het redelijk om te stellen dat ET hier niet is.


© 2008 Jenny Randles.

Jenny Randles is een bekende Britse UFO-onderzoekster en auteur van tientallen boeken en andere publicaties over UFO's en aanverwante onderwerpen.


Terug