Project Hessdalen:
de stand van zaken
In december 1981 begonnen vreemde, onbekende lichten te verschijnen in het Noorse Hessdalen. Soms waren er wel twintig waarnemingen per week. Deze periode duurde tot eind 1984. Tegenwoordig zijn er zo'n twintig waarnemingen per jaar. Project Hessdalen verrichtte in 1984 en 1985 veldonderzoek en nu is het Automatisch Meetstation Hessdalen (AMS) in bedrijf. Er zijn vele foto's genomen en metingen gedaan.
Door Erling Strand
![]() |
![]() |
Project Hessdalen ontleent zijn naam aan een kleine vallei met de naam Hessdalen, die veertig kilometer ten noorden van de stad Røros (Röros op de rechter kaart onderaan) in Noorwegen ligt. De vallei is ongeveer vijftien kilometer lang en loopt van noord naar zuid. Aan de oostelijke zijde liggen de Rognefjell bergen, in het noorden Stordalshøgda en in het zuiden ligt Ratvollfjellet. Deze bergen variëren in hoogte van 917 tot 995 meter boven zeeniveau. In het westen vind je vanaf het noorden de bergen Finnsåhøgda, Fjellbekkhøgda en Båtjørnhøgda, en in het zuiden de berg Røhovda. Deze bergen variëren in hoogte van 1063 tot 1088 meter boven zeeniveau. In het zuiden van de vallei bevinden zich twee meren: Hersjøen in het oostelijke deel en Øyungen in het westen. De meesten van de 140 bewoners wonen dichtbij de weg, ongeveer 700 meter boven zeeniveau.
De fenomenen
In december 1981 begonnen de bewoners in de vallei vreemde verschijnselen te zien, die meestal werden gemeld als een licht. Deze lichten kwamen zeer vaak te voorschijn; tot twintig waarnemingen per week werden er gemeld. Deze hoge frequentie hield aan tot de zomer van 1984. Op dat moment nam de frequentie af tot zo'n twintig per jaar, wat ook het huidige aantal is. De meeste waarnemingen werden gedaan in de vallei, maar de nabijgelegen districten hadden ook vele waarnemingen. Deze lichten konden overal voorkomen. Soms werd gemeld dat ze net boven de daken van de huizen hingen of vlak boven de grond. En dan bevonden ze zich weer hoog in de lucht. In het algemeen werd gemeld dat de lichten zich onder de nabijgelegen bergtoppen bevonden. Niemand kon enige verklaring geven voor deze lichten. De kleur en het gedrag waren verschillend, maar de lichten konden wel in drie hoofdgroepen worden onderverdeeld:
![]() |
![]() |
![]() |
| 1. Kleine, krachtige witte of blauwe flitsen, die overal in de lucht konden verschijnen. | 2. Gele of witte lichten met verschillende vormen. Soms een bol, soms een ovaal, soms een 'sigaar' of andere vormen. Deze lichten zijn zeer vaak gezien in de vallei, vlak boven de daken van de huizen of zelfs dicht bij de grond. Ze konden meer dan een uur stil blijven hangen of langzaam rond bewegen in de vallei en soms grote acceleraties en snelheden vertonen. Ze konden soms hoger in de lucht worden gezien. De bewegingsrichting was meestal noord-zuid. | 3. Meerdere lichten tezamen, met een vaste afstand van elkaar. Het leek erop dat de lichten schenen vanaf een zwart object. Meestal waren het twee gele of witte lichten met een rode voorop. Velen spraken over 'Het Object', wanneer ze dit type lichten zagen. Deze lichten konden langzaam rond de bergtoppen bewegen. De lichten vertoonden meestal een noord-zuid koers. |
De 'lichten' werden het meest gezien in de herfst, winter en lente. Dit zou kunnen komen doordat Hessdalen zo ver noordelijk ligt dat de nachten in de winter zeer lang zijn. 's Zomers is het gedurende de hele nacht licht.
Project Hessdalen
Project Hessdalen werd geboren op 3 juni 1983. Een van de hoofddoelen was om meer te weten te komen over de fenomenen en om te zorgen dat de reguliere wetenschap er meer bij betrokken zou raken. Een veldonderzoek werd van 21 januari t/m 26 februari 1984 uitgevoerd. Hieraan namen in totaal veertig mensen deel. De resultaten zijn gepresenteerd in een technisch rapport, dat op het internet te vinden is op http://www.hessdalen.org. Hier volgt een samenvatting van deze vijf weken veldonderzoek:
1. Er werden in totaal 53 fenomenen waargenomen.
2. Een radar detecteerde de afstand en snelheid van de fenomenen. De hoogste snelheid die werd gemeten, betrof een licht dat met een snelheid van 30.000 km/u naar het noorden bewoog. De radar was in staat om het fenomeen te detecteren, terwijl het door niemand met het blote oog werd gezien.
3. De seismograaf registreerde geen enkele lokale seismische activiteit. Alle registraties die werden opgetekend, waren van aardbevingen die op andere plaatsen in de wereld plaatsvonden.
4. De magnetograaf registreerde de veranderingen in het magnetische veld. Er waren veranderingen in het magnetische veld wanneer de fenomenen verschenen. In 40% van de gevallen was er sprake van pulseringen.
5. De geigerteller, die de nucleaire straling meet, toonde geen enkele verandering van de meetwaarden wanneer de fenomenen zich manifesteerden. Deze geigerteller lag echter ver weg van de fenomenen. We weten dat straling significant afneemt met de afstand, dus als er wel een verandering was waargenomen, dan zouden de fenomenen zeer gevaarlijk zijn geweest. Ook al hebben we niets gemeten, dan nog kan er straling zijn geweest die niet sterk genoeg was om opgepikt te kunnen worden door onze geigerteller.

Onbekend lichtfenomeen in Hessdalen. Foto: Arne P. Thomassen, 25 sept. 1982
6. De IR-kijker, die het infrarode deel van het spectrum bekijkt, werd niet gebruikt, aangezien er te weinig mensen op het hoofdkwartier aanwezig waren. De mensen die aanwezig waren, waren te druk met de andere instrumenten en de camera's.
7. De spectrumanalyzer die we gebruikten, meet alle frequenties tussen 100 kHz en 1200 MHz, en kan zien of er radio- en tv-kanalen zullen worden gestoord. Soms was er sprake van ruis. De ruis vertoonde zich om de 80 MHz en besloeg de hele frequentieband. Het niveau van de amplitude bewoog elke twee seconden op en neer (een frequentie van ongeveer 0,5 Hz).
8. Een camera met een rooster ervoor toont de verdeling van de golflengten van de lichten. We waren in staat om drie foto's te maken, wat goed genoeg is voor een analyse. Ze vertonen een continu spectrum. Een gloeiend gas zal een spectrum met lijnen erin vertonen. Dat was niet het geval in onze foto's.

Bewegend lichtfenomeen met zijn optische spectra. Veldonderzoek 1984
9. Misschien wel de vreemdste gebeurtenis betrof een proef met een laser. Voordat we met het veldwerk begonnen, vertelden mensen ons dat het 'licht' verdween wanneer een krachtige schijnwerper op het 'licht' werd gericht. Wij wilden dat testen. In plaats van een schijnwerper gebruikten we een He-Ne laser.
Een regelmatig flitsend licht vloog naar het noorden. Toen we de laserstraal erop richtten, werd het een dubbel flitsend licht. Op het moment dat we de straal weg bewogen, werd het weer een regelmatig flitsend licht. We richtten de straal er weer op en het begon meteen weer dubbel te flitsen. We richtten de laserstraal vier keer omhoog en naar beneden, terwijl het licht naar het noorden bewoog. Elke keer verdubbelde de flitsfrequentie. De tweede proef werd een uur later uigevoerd, toen een gelijksoortig licht naar het zuiden bewoog. Hetzelfde gebeurde. Dit keer bewogen we de laserstraal vijf keer omhoog naar het licht en weer naar beneden. Vier van de vijf keren verdubbelde de frequentie.
Eén week na onze proef met de laser bewoog een rood licht over de grond rond de voeten van de waarnemers. Het leek alsof een gelijksoortige laser als de onze werd gebruikt. Het duurde slechts een paar seconden, en niet lang genoeg om uit te vinden waar het vandaan kwam. De enige plek waar het vandaan heeft kunnen komen, was boven ons in de lucht.
Incidenteel voelden sommige van de waarnemers een golvende beweging, alsof ze in een boot op de oceaan zaten. Degenen die dit voelden, beschreven dezelfde richting van het golven, maar de frequentie was bij iedere persoon die het voelde anders. Een dergelijk gevoel kan ontstaan als de hersenen zich in een sterk laagfrequent elektromagnetisch veld bevinden. Er waren geen instrumenten beschikbaar om te meten of zo'n EM-veld aanwezig was toen dit gevoel ontstond.
Het hoofdkwartier stond op een heuvel. De afstand tot de dichtstbijzijnde plaats waar we 220 volt konden krijgen was 600 meter. De 600 meter lange elektriciteitskabel lag op de grond. Vele malen viel de elektriciteit uit wanneer een lichtfenomeen optrad. Vlak nadat het verdween, was er weer elektriciteit. Dit gebeurde vele keren, maar niet iedere keer.
We hebben de resultaten van het veldonderzoek bediscussieerd met reguliere wetenschappers van verschillende onderzoeksinstellingen in Noorwegen. Er werd een technisch rapport geschreven, dat op het internet is te vinden op www.hessdalen.org/reports/hpreport84.shtml.

Hoofdkwartier Project Hessdalen 1985
Een nieuw veldonderzoek, met instrumenten, werd van 12 t/m 28 januari 1985 uitgevoerd. Het tweede deel van dit veldonderzoek, tussen 29 januari en 11 februari, werd uigevoerd zonder instrumenten en aanwezig waren slechts enkele waarnemers. We wilden testen of er meer waarnemingen waren als er geen instrumenten aanwezig waren. Vele mensen verklaarden dat ze een waarneming kregen net op momenten dat hun camera niet klaar was voor gebruik. Alsof 'het' niet op film wilde worden gezet. Dit en onze problemen met de elektriciteit waren de redenen waarom we deze twee periodes hadden. Helaas namen we in de eerste periode niets waar en hadden we maar één goede waarneming in de laatste periode. Slechts één goede waarneming tijdens die vier weken is te weinig om een conclusie te kunnen trekken uit onze proef. Hoewel het weer slechter was in dat jaar, was het duidelijk dat de periode met hoge intensiteit voorbij was.
Het werk begon om de mensen te vertellen dat de fenomenen echt zijn en om de reguliere wetenschap proberen te betrekken bij het onderzoek.
Het nieuwe Project Hessdalen
De lichtfenomenen in Hessdalen waren nog steeds aanwezig. Meldingen kwamen binnen. Niet zoveel als in de periode 1981 t/m 1984, maar in de orde van twintig waarnemingen per jaar. Dit werd een voldoende intensiteit geacht om meer activiteiten te ontplooien.
Op 9 oktober 1993, tijdens de presentatie over Project Hessdalen voor de inwoners van Hessdalen, begonnen we een discussie over "wat we nu moesten doen". We kwamen overeen om een workshop te organiseren voor de reguliere wetenschap. Van donderdag 24 maart t/m zaterdag 26 maart 1994 werd de 'Eerste internationale workshop over de ongeïdentificeerde atmosferische lichtfenomenen in Hessdalen' gehouden. Er namen 27 wetenschappers uit acht verschillende landen aan deel. De uitnodigingen voor die workshop werden voornamelijk verstuurd naar wetenschappers op het gebied van bolbliksem. De reden hiervoor was dat dit gebied het nauwst gerelateerd was aan de 'licht'-fenomenen in Hessdalen, en reguliere wetenschappers deden op dat gebied onderzoek.

20 aug. 2000, 21.55 uur. Een flitsend licht beweegt de berg op
De workshop kwam tot de conclusie dat de verschijnselen geen bolbliksem waren en dat meer gegevens nodig waren. Het nieuwe Project Hessdalen was nu gevestigd in het Østfold College. De studenten daar begonnen te werken aan een automatisch meetstation. Dit werk werd uitgevoerd in het kader van hun afstudeerscriptie. Het was een grote klus en meerdere groepen studenten werkten eraan mee. Het station was in de zomer van 1998 klaar voor installering.
Automatisch Meetstation Hessdalen
Het AMS Hessdalen werd op 7 augustus 1998 geïnstalleerd in Hessdalen. Het bevindt zich in een 'blauwe doos' in het noordoosten van Hessdalen op de berghelling van Rognefjell. Het staat op een stuk land dat eigendom is van Bjarne en Hallfrid Lillevold. De camera kijkt naar het westen, zodat de berg Finnsåhøgda kan worden gezien.

Het AMS Hessdalen systeem 1 bestaat uit twee computers, één zwart-wit CCD-camera, één videorecorder en één magnetometer. De camera is verbonden met een computer en een videorecorder. De computer analyseert het beeld van de CCD-camera elke seconde. Als plotseling een licht het beeld binnenkomt, wordt een alarm gegeven en de alarmfoto wordt opgeslagen. Het alarm zal de videorecorder starten en zorgt ervoor dat de alarmfoto direct op het internet wordt gezet. Iedereen met toegang tot internet kan de alarmfoto zien, vlak nadat de foto is genomen. Het licht moet voldoende snel, voldoende groot en voldoende helder zijn om een alarm te veroorzaken. Dit betekent dat niet alle onbekende lichten worden vastgelegd. Het is mogelijk om de gevoeligheidsniveaus af te stellen op de computer, maar als we deze te laag instellen, wordt de hoeveelheid valse alarmen te groot. Om uit te vinden of de alarmfoto een interessant beeld is dat mogelijk een onbekend licht toont, moet de alarmfoto worden bestudeerd. Als deze interessant is, wordt de foto opgeslagen in de map 'interessante foto's' en zal nader worden bestudeerd als de video in het Østfold College arriveert. AMS Hessdalen neemt ook elk uur een foto en meet het magnetisch veld. Deze worden vervolgens naar het internet gestuurd. |
![]() |
Interessante foto's
Tijdens de periode augustus 1998 tot augustus 2001 werden 271 interessante foto's genomen. Daarvan zijn er 148 nauwkeurig bestudeerd. Van deze 148 zijn er 79 foto's die een onbekend licht tonen. Alle zijn te zien op het internet (www.hessdalen.org).
|
1998 totaal |
1999 totaal |
2000 totaal |
2001 totaal |
|
1998-2001 |
|
Januari: |
22 |
8 |
16 |
|||
|
Februari: |
11 |
6 |
3 |
|||
|
Maart: |
5 |
5 |
11 |
|||
|
April: |
2 |
0 |
9 |
|||
|
Mei: |
4 |
3 |
1 |
|||
|
Juni: |
1 |
1 |
1 |
|||
|
Juli: |
0 |
0 |
0 |
|||
|
Augustus: |
3 |
5 |
11 |
5 |
||
|
September: |
8 |
3 |
20 |
|||
|
Oktober: |
7 |
4 |
10 |
|||
|
November: |
10 |
7 |
8 |
|||
|
December: |
18 |
23 |
20 |
|||
|
Totaal interessante foto's: |
46 |
87 |
92 |
46 |
Totaal |
271 |
|
Totaal geanalyseerd: |
24 |
40 |
64 |
20 |
Totaal |
148 |
|
Ongeïdentificeerd: |
18 |
20 |
34 |
7 |
Totaal: |
79 |
|
Onverklaard: |
6 |
20 |
30 |
13 |
Totaal: |
69 |
AMS Hessdalen, systeem 2
Met slechts één camera is het onmogelijk om de afstand tot het licht te berekenen. Door twee camera's te gebruiken, is het wel mogelijk de afstand te berekenen. Systeem 2 heeft twee kleurencamera's die 171 meter uit elkaar zijn geplaatst.Ook heeft systeem 2 een zoom-camera die, gemonteerd op een statief, met behulp van een pan-tilt-unit in alle richtingen kan bewegen. Daarnaast is er een camera die naar het radarscherm kijkt. Wanneer zowel camera 1 als camera 2 een licht detecteren, wordt de richting berekend en die wordt gezonden naar de pan-tilt computer, zodat deze de zoom-camera in de juiste richting kan laten draaien. Als het licht beweegt, zal de pan-tilt-unit zijn bewegingen volgen en alles wordt op video opgenomen. Alarmfoto's worden tezamen met de berekende afstand tot het licht naar het internet gestuurd. Beelden van de zoom-camera worden eveneens naar het internet gestuurd (http://www.hessdalen.org). De installatie van systeem 2 werd in de zomer van 2001 begonnen en zal in de zomer van 2002 zijn afgerond. Eind november 2001 werd er een 'ei' geïnstalleerd in het station (voor het Global Consciousness Project van het PEAR Lab).

Deze interessante foto genomen op 4 december 1999 toont een licht dat naar het noorden bewoog en dat ook op video is opgenomen. Plotseling zie je een klein licht, net onder het grote licht, dat het grote licht in lijkt te bewegen.
Italiaanse onderzoekers
Dr. Stelio Montebugnoli, directeur van het CNR Instituut voor Radio-astronomie (IRA) in Bologna, Italië, voerden zowel in de zomer van 2000 als van 2001 tezamen met zijn personeel en met dr. Massimo Teodorani een één maand durend veldonderzoek uit in Hessdalen. Zij deden metingen in het zeer lage en ultra-lage (VLF en ULF) frequentiegebied van het spectrum en tevens op 1,4 GHz. Onder de meetresulaten vind je ook Doppler-metingen. In de frequentieband van 300 Hz tot 10.000 Hz kon je soms een Doppler-signaal zien dat varieerde in snelheid. Op zijn snelst was het signaal eenderde van de lichtsnelheid.
We willen meer camera's opstellen, zodat een groter deel van de vallei kan worden bestreken. We willen tevens andere types sensoren opstellen zodat we de gegevens kunnen verkrijgen die ons helpen antwoorden te vinden.
Een soortgelijk station zou moeten worden opgesteld op andere plekken op de wereld met soortgelijke activiteit.
Erling Strand, de auteur van dit artikel, is projectleider van Project Hessdalen.
Project Hessdalen
Østfold University College,
P.O. Box 1192, Valaskjold,
NO-1705 Sarpsborg,
Noorwegen
E-mail: Erling.P.Strand@hiof.no
Vertaling: Frits Westra
Terug




