Bijgewerkt op 28 september 2008

Het licht zien

© Fortean Times Door Paul Devereux

De heroïsche onderzoeksinspanningen van dr. David Clarke en zijn collega's hebben het Condign-rapport boven tafel gebracht, een belangrijk intern document dat in 2000 werd samengesteld voor het Britse Ministerie van Defensie (zie Fortean Times 211). Het concludeert dat UFO's geen buitenaardse ruimteschepen zijn, maar dat sommige sightings wel in verband staan met 'ongeïdentificeerde fenomenen in de lucht' (UAP's), een term uitgevonden door UFO-onderzoekster Jenny Randles. Het rapport noemt ook aardlichten, een term die ik heb bedacht voor dezelfde groep verschijnselen.

Het rapport is reden voor een feestje, omdat non-mainstream onderzoek officieel werd erkend en omdat het ons potentieel aanmoedigt om te beginnen met het verwijderen van de intellectuele stremming die meer dan een halve eeuw door de 'buitenaardse hypothese' (ETH) werd opgeworpen. Het is een geschikt moment dus voor een historische inventarisatie van het aardlichtonderzoek - in grote mate de 'Assepoester' van het gebied dat voorheen bekend was als ufologie. En een goed moment om ons te wagen aan een paar ideeën over wat de verschijnselen in kwestie zouden kunnen zijn.

Eerste glimpen

Een van de eerste moderne onderzoekers die aardlichten onder de aandacht bracht, was natuurlijk Charles Fort. Bij de samenstelling van zijn bondige optekening van ongewone gebeurtenissen begon Fort mogelijke connecties te ontwaren die niemand vóór hem had gezien, bij gebrek aan de reeks gegevens of de scherpzinnigheid die Fort bezat. Hij combineerde vreemde lichten in de lucht met aardbevingen, en ging daarmee vooraf aan moderne ideeën over 'aardbevingslichten'. Hij vestigde in het boek New Lands (1923) de aandacht op de aardbeving van 1896 in de Britse regio Hereford in Worcester. Hij vond meldingen die effecten beschreven als "een grote vuurzee" in de lucht en een vliegend lichtgevend voorwerp gelijktijdig met de beving. Fort tekende scherp aan dat "de conventionele wetenschapper" van zijn tijd "onwillig was om na te denken over aardschokken en verschijnselen in de lucht op hetzelfde moment".
John Keel, een latere maar gelijksoortige vooruitziende Amerikaanse schrijver, kwam tot de slotsom dat UFO's eerder 'zachte' lichtvormen waren dan 'harde' metalen luchtvaartuigen. Reeds in de jaren 1960 associeerde hij hun verschijning met gebieden ("vensters") met geologische breuken, aardbevingen en geomagnetische anomalie. Ongeveer in dezelfde tijd in Frankrijk merkte Ferdinand Lagarde ook een betekenisvolle onderlinge relatie op tussen gemelde UFO's en geologische breuken. Hoewel er in die tijd geen boek louter aan deze benadering was gewijd, publiceerde de Amerikaanse schrijver Vincent H. Gaddis het boek Mysterious Fires and Lights (1967), dat hoofdstukken bevatte zoals De stralende geesten van de aarde.

Forteaanse fenomenen

Mijn eigen nieuwsgierigheid aangaande het verband tussen de grond onder onze voeten en lichten in de lucht werd geprikkeld in 1957, toen ik een schooljongen was in Leicestershire in Midden-Engeland. In dat jaar was er een aardbeving tijdens welke ik de schoolmuren zag opbollen (maar gelukkig niet instorten). Een onderwijzer die met een groepje kinderen op excursie was, verklaarde dat hij en de kinderen lichten met de "vorm van kikkervisjes" langs de hemel zagen gaan, net voor de beving toesloeg. (Op dat moment wist ik niet dat Kenneth Arnold, de man die in 1947 onbedoeld de term 'vliegende schotels' in het leven had geroepen, de lichten die hij zag boven het Cascade-gebergte in Washington (USA) beschreef als kikkervisjesvormig.) Het was geen toeval dus dat een vriend, Andy York, en ik jaren daarna besloten om een onderzoek te verrichten naar Forteaanse fenomenen in het graafschap waar we woonden. In 1975 publiceerden we onze bevindingen als een tweedelig artikel getiteld Portrait of a Fault Area (Portret van een breukgebied) in het tijdschrift The News, de eerste incarnatie van Fortean Times. Hoewel deze geografische studie tamelijk primitief was, wees hij er niettemin duidelijk op dat moderne 'UFO's' en eerdere 'lichtbollen' of 'meteoren' in Leicestershire een gemeenschappelijke verspreiding deelden met breuken, seismische activiteit en ongewone meteorologie.

Duivellichten

Historische literatuur heeft onthuld dat mensen uit alle culturen en tijden onverklaarde lichtverschijnselen hebben gezien. Voor de Ieren waren het elfenlichten; voor de Schotten waren het eenvoudig gealbhan (vuurbollen); voor de Maleisiërs pennangal - de spookhoofden van vrouwen die tijdens de bevalling waren gestorven; voor Indiërs waren het lokale goden of de lantaarns van geesten; voor Brazilianen de "Moeder van Goud", die naar een begraven schat leidde; en voor Chinese boeddhisten waren het Bodhisattva-lichten. (De Indiërs en Chinezen bouwden soms tempels op plaatsen waar lichten met enige regelmaat waren verschenen.) Europeanen die sommige van deze landen bezochten rapporteerden ook dat ze vreemde lichten zagen - waarmee werd aangetoond dat ze meer waren dan lokale overlevering. De schrijfster Mary Kingsley bijvoorbeeld zag in 1895 tijdens een bezoek aan Gabon een bol van violet licht uit een bos naar de oever van het Ncovi-meer rollen; hij bleef stilhangen totdat het werd vergezeld door een ander, gelijksoortig licht. De twee lichtbollen cirkelden om elkaar heen totdat Kingsley ze benaderde met een kano. Eén vloog toen terug de bomen in, terwijl de andere op het meer dreef; toen Kingsley er snel achteraan peddelde, ging hij onder water. Terwijl hij wegzonk bleef hij gloeien. Plaatselijke bewoners vertelden haar later dat zulke fenomenen aku waren: duivellichten.

Draken en dampen

In Europa was er op zijn minst vanaf de middeleeuwse periode een debat geweest over onverklaarde lichten. Zoals tegenwoordig de populaire mythe is dat UAP's buitenaardse ruimteschepen zijn, zo waren het toen draken. Maar sommigen zetten er vraagtekens bij. In de dertiende eeuw bijvoorbeeld zei Albertus Magnus dat de "draken" eigenlijk "dampen" waren die zich oprolden tot een bal en omhoog en omlaag konden zweven. In 1590 zei Thomas Hill dat het "ontstoken gassen" waren die het schijnbeeld gaven van een vliegende draak. In 1608 betoogde Edward Topskell dat "draken" in werkelijkheid "een zwakker soort bliksem" waren.
Er zijn ook vroegmoderne meldingen uit Groot-Brittannië, zoals het verslag gegeven door de 'boerendichter' John Clare in zijn Dagboek van 1830. Hij vertelde dat hij op een avond een lichtbol was tegengekomen tijdens een wandeling tussen de dorpen Ashton en Helpston in Cambridgeshire. Het licht kwam naar hem toe. "Ik dacht dat het plots stilhield alsof het naar me luisterde," schreef hij. Het knetterde en was omringd door een lichtgevende halo: Clare beschreef dat het licht "een geheimzinnige angstaanjagende tint" had. Toen het wegschoot, koos hij prompt het hazenpad. Hij wist reeds dat er ter plaatse een "een grote commotie" was over de lichten, waarvan er tot vijftien waren gezien boven Deadmoor en Eastwell Moor, heen en weer vliegend, zowel met de wind mee als tegen de wind in. Clare zei dat zijn nabije ontmoeting hem had beroofd van "de kleine filosofische redenering" die hij over ze had.

Tektonische spanningstheorie

© Fortean Times De in Canada gevestigde wetenschappers Michael Persinger (zie foto) en Gyslaine Lafrenière publiceerden in 1977 het boek Space-Time Transients and Unusual Events (Ruimte-tijd transiënten en ongewone gebeurtenissen). Gebruikmakend van een statistische benadering brachten zij gemelde UFO's in Noord-Amerika in verband met "seismisch gerelateerde bronnen". Zij betoogden dat de enorme energieën opgebouwd bij tektonische spanning, zelfs zonder ontlading in aardbevingen, voldoende waren om gloeiende, geïoniseerde lichtvormen te produceren in de atmosfeer boven zulke gebieden. Watermassa's, in het bijzonder stuwmeren, konden ook spanning veroorzaken in de onderliggende geologie.

In de erop volgende jaren onderzochten Persinger en de Amerikaanse geoloog John Derr samen en individueel specifieke "vensters" van gemelde heroptredende lichtverschijnselen en vergaarden een indrukwekkende massa gegevens om deze tektonische spanningstheorie te ondersteunen (hoewel niet zonder enige kritiek). Eén zo'n studie betrof het indiaanse reservaat Yakima in de Amerikaanse staat Washington, waar brandwachters in uitkijkposten in de jaren 1970 een reeks ongewone lichtverschijnselen observeerden en fotografeerden. Ze zagen grote oranjekleurige lichtbollen, kleinere 'pingpong-lichtbollen', lichtgevende zuilen en fakkels, en witte lichten waaraan veelkleurige lichten schijnbaar waren verbonden. Lichtgevende wolken en flitsen in de lucht werden ook opgemerkt. Derr en Persinger maakten duidelijk dat driekwart van de gemelde fenomenen meestal werd gezien in de nabijheid van breukranden en ze brachten lichten in verband met seismische activiteit.

Een ander gebied waar de natuur onderzoekers op een vergelijkbare manier een handje hielp is de Hessdalen-vallei in de buurt van Trondheim, Noorwegen. Vanaf eind 1981 zagen plaatselijke bewoners lichten verschijnen bij toppen van daken of ze hingen stil in de lucht net onder de toppen en kammen van de omringende bergen. De lichtvormen omvatten bollen en omgekeerde "kogel-" en "kerstboomvormen". De kleuren waren voornamelijk wit of geelwit, hoewel ook kleine flitsende rode lichten aan de boven- of onderkant van grotere witte vormen werden gemeld. Tevens werden plaatselijke witte of blauwe flitsen aan de hemel geobserveerd - alles nogal gelijkend op Yakima. In 1984 vormde een groep onderzoekers Project Hessdalen. Ze hielden observaties met radar, magnetometers, spectrumanalyzers en andere instrumenten. De groep voerde verdere observatiesessies uit in 1985 en 1986. Vele foto's (sommige opeenvolgend) werden genomen van de lichten, en radaranomalieën werden geregistreerd. Ongeveer een decennium later werd een nieuw Project Hessdalen ingehuldigd, dat geperfectioneerde geautomatiseerde observatieapparatuur gebruikte. Onder leiding van Erling Strand is het nog steeds in bedrijf.

Glinsterende diamantvormen

In UFOs - A British Viewpoint (1979) (UFO's - Een Brits gezichtspunt), vonden Jenny Randles en Peter Warrington de term Unidentified Atmospheric Phenomena (ongeïdentificeerde atmosferische fenomenen) uit, erop wijzend dat deze de kernoorzaak waren van vele authentieke sightings. Kevin en Sue McClure publiceerden in 1980 Stars and Rumours of Stars (Sterren en geruchten over sterren), een gedegen verslag van gemelde lichtfenomenen in 1904 - 1905 in het gebied Barmouth-Harlech, noordwestelijk van de kuststreek van Wales. Beriah Evans, destijds een plaatselijke journalist, publiceerde getuigenverslagen van waarnemingen, waaronder zijn eigen: "Tussen ons en de heuvels flitste plotseling een enorme lichtgevende ster tevoorschijn... Hij zond vanaf zijn gehele omtrek schitterende vonkjes uit als flitsende stralen vanaf een diamant..." Glinsterende diamantvormen werden op daken gezien, "flesvormige" lichten hingen boven heuveltoppen, robijnrode lichten sprongen uit de grond, stegen de lucht in en smolten samen, en zuilen van licht verrezen vanaf de grond.
Verslaggevers uit Londen van de nationale dagbladen die een bezoek brachten om verslag te doen van de consternatie verloren hun aanvankelijke cynisme toen ze de lichten zelf zagen. De correspondent van de Daily Mail zag gele lichtbollen met een "elektrische helderheid" zweven boven de weg van Barmouth naar Harlech. Een journalist van de Daily Mirror vond zichzelf ondergedompeld in een "zachte, glinsterende straling". Omhoog kijkend zag hij "een groot voorwerp" boven zich dat zich "plotseling had geopend en van binnenuit een lichtvloed uitstortte". De berichten veroorzaakten aanzienlijke nationale belangstelling en Charles Fort pikte ze natuurlijk op (zie Lo!, 1931).

Geologische verbanden

Aangezien vele van de meldingen details over de locatie bevatten, scheen het me waard om deze Welse uitbraak te testen op geologische verbanden. Dus ging ik samenwerken met de ervaren geoloog Paul McCartney. We hadden het geluk dat in het gebied een recente geologische verkenning was uitgevoerd, wat ons in staat stelde om precieze informatie over sightings en precieze informatie over breuklijnen naast elkaar te leggen. Er werd ontdekt dat dit de locatie is van de diepliggende Mochras-breuk, die Barmouth en Harlech bijna met elkaar verbindt, en dat de meeste van de lichtgebeurtenissen langs de breuklijn waren verspreid als flonkerende kralen aan een snoer. Sommige sightings deden zich voor op enige afstand van de hoofdbreuk, maar deze werden in verband gebracht met zijbreuklijnen. Geen gemeld lichtfenomeen werd verder dan 700 meter van de breuk aangetroffen en de verspreidingsgraad nam toe met de nabijheid van de breuk, zodanig de meeste gebeurtenissen optraden binnen 100 meter van de breuk. Inderdaad rezen sommige lichten direct op uit de Mochras-breuk. Voorts werd gevonden dat de Welse gebeurtenissen begonnen onmiddellijk na een plaatselijke aardbeving (oktober 1904).
(De lichten verschijnen nog steeds af en toe. Harlech grenst aan het schiereiland Lleyn, een van Groot-Brittanniës actiefste seismische zones. In 1984 was het het epicentrum van een significante aardbeving met een kracht van 5,5 op de schaal van Richter. Een bewoner vertelde me dat hij op de avond voor de beving een helder wit licht van het formaat van een kleine auto vanaf de zee binnen zag drijven dat zich oploste in de duinen.)

Krachtige trilling

In 1982 publiceerde ik (met Paul McCartney) Earth Lights (Aardlichten). Het werd zwaar aangevallen door buitenaardse-theorie-enthousiasten en zelfs door doorgaans meer redelijke onderzoekers die de nieuwe benadering nog niet helemaal konden vatten. In hetzelfde jaar publiceerde de academicus Helmut Tributsch When the Snakes Awake (Wanneer de slangen ontwaken), waarin hij bizarre lichtfenomenen (en ook andere gebeurtenissen) optekende in verband met aardbevingen. Een jaar later haalde Jenny Randles UAP-sightings aan en legde ze tektonische verbanden in haar boek The Pennine UFO Mystery (Het UFO-mysterie in de Pennines). In 1985 publiceerden David Clarke en Granville Oldroyd Spooklights - A British Survey (Spooklichten - Een Britse verkenning). Een daarin voortreffelijk gedocumenteerde UFO-pleisterplaats lag in het zuiden van Warwickshire, in Burton Dassett, het brandpunt van uitbraken van lichtverschijnselen in 1922 en 1923. Een verslaggever van de Birmingham Post en andere getuigen zagen een "constant en helder" licht op ongeveer een meter boven de grond zweven. Clarke en Oldroyd ontdekten dat de locatie zich direct op de Burton Dasset-breuk bevindt en dat het geheimzinnige licht in de nacht van 25 januari 1924 opnieuw kort verscheen. Uitgerekend in die nacht was er rond Hereford, 97 km naar het westen, een krachtige trilling in de aarde; destijds merkte de plaatselijke krant Leamington Chronicle de tektonische samenloop van omstandigheden op. (Dit was een jaar nadat Fort zijn waarnemingen had gepubliceerd van kennelijke verbanden tussen lichten in de lucht en de beving van 1896 in Hereford-Worcester.) In 1989 publiceerde ik Earth Lights Revelation (Openbaring Aardlichten). Het bevatte een sectie door David Clarke en Andy Roberts over Project Pennine, hun onderzoek van het heuvel- en moerasland dat langs de ruggengraat van Engeland loopt, een inspanning waarbij ze werden geassisteerd door talloze andere onderzoekers. Een geografie met moerassen, heuvels, valleien en stuwmeren geplaagd door lichten werd door het project in kaart gebracht. Er werden verschijnselen beschreven die varieerden van lichtbollen tot lichtende hellingen van heuvels. Clarke en Roberts weidden over dit werk uit in hun boek Phantoms of the Sky (Geesten van de hemel) (1990).

Voertuiglichten op afstand

In het midden van de jaren 1990 was ik onder de hoede van de International Consciousness Research Laboratories (ICRL) van de Amerikaanse Universiteit van Princeton in staat om enige veldexpedities te verrichten. We bekeken mede enige "spooklicht"-locaties, zoals ze in Amerika worden genoemd. Kenmerkend voor deze locaties waren de buitengewoon lange stukken rechte weg of voormalige spoorroutes die de bossen doorsnijden. De spooklichten die we onderzochten bleken de vervormde zwakke schijnsels te zijn van voertuiglichten op afstand - een conclusie die ik recentelijk (2005) ook trok in Bragg Road, een bekende pleisterplaats van spooklichten in Texas. Twee veldbezoeken bracht ik met kwamtumfysicus Hal Puthoff aan het gebied van de befaamde 'Marfa-lichten' in Zuid-Texas. Dit bleek ingewikkelder te zijn. We toonden afdoende aan dat de meeste van de lichten waarvan mensen die ze zien vanaf een aangewezen waarneemplek denken dat ze de 'Marfa-lichten' zijn, in werkelijkheid vervormde koplampen van auto's zijn op 64 km afstand. Of voertuigen dichterbij over landweggetjes onderweg naar boerderijen. Deze geven de schijn van lichten die heen en weer dansen, net boven de ietwat golvende grond. Maar er zijn meldingen van vreemde lichten gezien in de enorme regio die dateren uit de 17e eeuw. En getuigen (onder wie priesters en onderwijzers) die we interviewden, meldden ontmoetingen van nabij met bollen van licht. De Chisos-bergen, zuidelijk van Marfa, was naar het scheen een 'actief' gebied. Daar was ik persoonlijk getuige van een anomaal licht; maar het flakkerde uit voordat foto's konden worden genomen. Tenslotte onderzochten Erling Strand van Project Hessdalen en ik gemelde 'min-min-lichten' in de afgelegen Australische regio Kimberley (zie Fortean Times 47, p. 72-73).
We verkregen inzichten van aboriginals die in de Australische wildernis woonden en waren getuige van minstens drie waarschijnlijke UAP's (een was een mooie glinsterende waaier van gouden licht die kortstondig en geluidloos van het woestijnoppervlak oprees.) We slaagden er echter in om slechts een ervan te filmen - een bewegend licht dat verscheen terwijl onze magnetometer een sterke geomagnetische anomalie registreerde.

Nachtelijke lichtvertoningen

Deze wapenfeiten waren onder andere het onderwerp van de documentaire uit 1996 van Channel 4 Identified Flying Objects, (voor Discovery Channel omgedoopt tot Earth Lights). Hij werd vertoond in november en markeerde een buitengewone samenloop van omstandigheden die Fort enorm zou hebben plezierd: binnen 24 uur na de uitzending begonnen mensen in Cornwall bizarre lichtverschijnselen te melden. Er waren zachte, stille nachtelijke lichtvertoningen, rechthoeken van licht die schokkerig langs de hemel bewogen en maanachtige bollen die langzaam oplosten. Het ging de hele week door en aan het eind ervan beleefde Cornwall zijn krachtigste aardbeving van de eeuw. Er gaat niets boven Moeder Natuur als PR-agent.
In 1997 schreven Peter Brookesmith en ik samen UFO's and Ufology, waarin we alle verstrengelde elementen op het toneel dat voorheen bekend was als de ufologie trachten te ordenen, inclusief aardlichtonderzoek en 'buitenaardse ontvoeringen' (een kwestie van veranderde bewustzijnstoestand, geen buitenaardse zaak). Het werd door onderzoekers gunstig ontvangen, maar afgekraakt door ETH-diehards. Fortean Times heeft het onderwerp in de volgende jaren levend gehouden door artikelen van anderen en ook van mij te publiceren: het Condign-rapport is een soort bescheiden eerbewijs.

Anomale luminiscenties

De meeste meldingen van vreemde verschijnselen in de lucht zijn ongetwijfeld het gevolg van misperceptie van gewone objecten die een kunstmatige of astronomische oorsprong hebben. Tevens kunnen visuele illusies, grappen of een verkeerde interpretatie door psychosociale factoren de interpretatie van een perceptie beïnvloeden. Toch kan er weinig twijfel over bestaan dat een substantieel aantal waarnemingen daadwerkelijk toe te schrijven is aan werkelijk nog onverklaarde verschijnselen, zoals het Condign-rapport terecht concludeert. Ik ben er van overtuigd dat een bepaald deel van deze waarnemingen te maken heeft met UAP's, of we deze nu aardlichten, mysterieuze lichten, anomale luminiscenties, of wat dan ook noemen. Maar wat zijn deze vreemde lichten nu precies en op welke wijze dient er onderzoek naar gedaan te worden? Mijn visie hierop is als volgt.
UAP's zijn bijzondere natuurverschijnselen, welke zo te zien behoren tot het zelfde soort verschijnselen als aardbevingslichten en bolbliksem, maar met hun eigen karakteristieke eigenschappen zoals de soms langere duur. Er lijkt zeker een relatie te zijn tussen het voorkomen van UAP's en tektonische factoren als spanning en druk in de aardkorst. Ongetwijfeld zijn er nog vele andere geologische of meteorologische energiebronnen die de genoemde lichtverschijnselen van energie kunnen voorzien. Er is waarschijnlijk een breed scala aan UAP-soorten.

Rondvliegende voorwerpen

De werkelijke aard van de lichten is onbekend, maar ze lijken elektromagnetische eigenschappen te bezitten. Michael Persinger heeft geopperd dat ze inderdaad omgeven zijn door een elektromagnetisch veld dat hallucinaties kan oproepen en nabije getuigen in een droomtoestand kan brengen. Er zijn ook verslagen van het voorkomen van klopgeestachtige waarnemingen die samengaan met optredende lichtverschijnselen (zoals in Yakima). Er wordt hierbij melding gemaakt van rondvliegende voorwerpen, deurvergrendelingen die vanzelf bewegen en spookachtig geluid van voetstappen in grind. Het interessante is dat soortgelijke ervaringen zo nu en dan ook vermeld worden bij zeer sterke magnetische stormen (zie The Gaelic Vikings (De Keltische Vikingen) door James Shaw Grant, 1984).
UAP's zijn vermoedelijk een vorm van plasma - plasma's kunnen bij daglicht metaalachtig lijken en in het donker lichten ze op. Soms kan een plasma ook volledig donker zijn, wat misschien een aanwijzing is voor het ontstaan van een anode en een kathode, oftewel polarisatie. Ik kan me goed een incident in 1967 herinneren, toen ik me op een zonnige dag als passagier in een auto ergens in de buurt van de grens tussen Norfolk en Suffolk in het oosten van Engeland bevond. Plotseling ontwaarde ik een perfect ronde, diep zwarte vorm net boven de bomen aan het einde van het naastgelegen veldje. Een andere passagier zag het ook. Het hield een horizontale koers vrijwel parallel aan de weg en verdween toen voor onze ogen. Kort daarna verscheen de zwarte vorm een paar veldjes verderop wederom. Het schoot schuin omhoog en raakte uit het zicht tegen de felle zon. In gesprekken met Erling Strand ontdekte ik dat hij ook getuige was geweest van zulke pikzwarte verschijnselen. Ook bij Project Pennine werden meldingen van zulke verschijnselen ontdekt. Daarnaast zijn er in de literatuur gevallen van zwarte bolbliksem bekend.

Verboden onderwerp

Twee andere eigenschappen van UAP's zijn zo vreemd dat je aarzelt om ze te noemen, maar Fortean Times is geen tijdschrift voor overgevoelige intellectuelen (in dat blad zag je het licht voor het eerst, dus we kunnen nu net zo goed wederom van ons zesde zintuig gebruik maken!). De eerste is dat wereldwijd volgens vele ooggetuigen verklaard wordt dat UAP's reageren op de waarnemer. John Keel bijvoorbeeld zag vele kleine lichtbollen in de Ohio-vallei die steeds wegsnelden om de straal van zijn zaklantaarn te ontwijken. Een ander voorbeeld zijn de geologen die in een jeep achter een Marfa-licht aanzaten en het gevoel hadden dat het "beslist intelligentie moest bezitten". En vele van de oorspronkelijk bij het Hessdalen-project betrokken mensen, onder wie Erling Strand, hebben stilletjes toegegeven dat ze bij ongeveer tien procent van de waarnemingen het gevoel hadden dat er sprake was van interactie. Als we enig geloof hechten aan zulke verhalen, dan zouden sommige UAP's een basale intelligentie kunnen bezitten, die zich vaak uit als een speelse, dierlijke nieuwsgierigheid.
Dit is echter een verboden onderwerp. In de eerste plaats rijst de lastige vraag wat de aard van het bewustzijn is. Geleerden en wetenschappers zijn het er nog niet over eens wat bewustzijn eigenlijk is, maar de heersende reductionistische visie is dat het een gevolg is van de complexiteit van de hersenen. Het is ongeoorloofd zelfs maar te suggereren dat bewustzijn zich zowel in geofysische als in biologische context zou kunnen manifesteren.

Rare subatomaire wereld

De andere erg vreemde eigenschap van UAP's die soms wordt vermeld, zou de sterkste aanwijzing kunnen geven voor de ware aard van deze verschijnselen. Het draait om kwantumfysica. Als je een vast object goed genoeg onderzoekt, tot op moleculair en atomair niveau, valt het uiteen (net als alle materie) in de rare subatomaire wereld waar vreemde eigenschappen de overhand hebben: verwevenheid bijvoorbeeld, waar elektronen instantaan over elke afstand kunnen communiceren; of kwantumgebeurtenissen die noch uit golven, noch uit deeltjes bestaan, maar uit waarschijnlijkheden die "ineenstorten" wanneer ze bestudeerd worden. Sommige eigenschappen van aardlichten zijn vergelijkbaar met deze vreemde neigingen in de kwantumwereld.
Om maar een voorbeeld te noemen, een journalist van de Daily Mirror die de Barmouth-Harlech-lichten bezocht, herinnerde zich de jacht op een licht dat op amper 500 meter afstand scheen als "een ongewoon felle koetslamp"; maar toen hij dichterbij kwam, veranderde het in een ruim een meter lange balk van intens blauw licht. Waarnemers aan de andere zijde van het licht konden het helemaal niet zien, hoewel er niets was dat het verschijnsel aan hun zicht zou kunnen onttrekken. Zulke lichtemissie in slechts één richting is vaker gemeld bij UAP-gevallen. Dit onlogische effect, naast andere effecten waaronder verdwijnen en plots weer tevoorschijn komen op een andere locatie of opeens stilstaan zonder eerst te vertragen, zodat het object massaloos lijkt, doet mij denken aan macro-kwantumgebeurtenissen.

© Fortean Times
Erling Strand (links) en Leif Havik (rechts) in gesprek met de Amerikaanse UFO-onderzoeker
J. Allen Hynek in Hessdalen, Noorwegen. Foto: Paul Devereux.


Pas in het laatste decennium zijn hoog-energetische verschijnselen als SPRITES[1] (gekleurde ontladingen van energie, welke duizenden meters boven bepaalde typen donderwolken uit kunnen rijzen) en ELVES[2] (enorm grote schijfvormige bliksem) tot de wetenschap doorgedrongen, dus het is misschien niet verwonderlijk dat de relatief ongrijpbare UAP's onopgemerkt zijn gebleven. Mogelijk geeft het bestaan van het Condign-rapport voldoende vertrouwen aan enkele dappere wetenschappers om op zoek te gaan naar fondsen en middelen om serieus onderzoek op het gebied van UAP's te starten. Echter, waarschijnlijk zal alleen langdurige studie en directe observatie in hun natuurlijke ontstaansgebied hun geheimen openbaren. Hoewel er door de jaren heen kortstondige pogingen tot het uitvoeren van wetenschappelijke veldstudies zijn geweest, is Project Hessdalen het enige doorlopende initiatief. Een automatisch meetstation maakt veldgegevens online beschikbaar, maar Erling Strand heeft slechts beperkte middelen en tijd. Betere financiering en middelen zijn noodzakelijk. UAP's bevatten geheimen die onze wereld zouden kunnen veranderen, omdat ze een fysica lijken te tonen die we nu nog niet begrijpen.

[1] Fortean Times 86, p. 14
[2] Fortean Times 178, p. 13

Gigantisch luchtvaartuig

Blijken er in die grote massa waarnemingen naast UAP's andere onverklaarde verschijnselen te zitten? Louter uit eigen ervaring zou ik antwoorden: Ja. Als voorbeeld zou ik een incident uit ongeveer 1954 aandragen. Ik was met een vriend op weg van school naar huis. We zagen een gigantisch luchtvaartuig zweven boven een nabijgelegen heuvelrug - het was zwart en er bungelde een gondel onder. De zon scheen op de zijden zoals op elk vast object. Maar vervolgens verdween het in het niets. Er vlogen in die tijd nog geen luchtschepen in Groot-Brittannië en ik weet nu dat het een ouderwets type zeppelin was. Ik heb geen verklaring voor het incident, maar het is werkelijk gebeurd en ik denk niet dat het een geofysische oorsprong had - en ik heb ook geen reden om aan te nemen dat het buitenaards was.

Het is tijd voor een nieuwe renaissance in wetenschappelijk denken en onderzoek, omdat we veel minder van de wereld begrijpen dan we graag willen geloven: zoals Charles Fort goed wist, negeren we als cultuur elke stap zijwaarts die niet precies past in het geconstrueerde wereldbeeld. Het is tijd om in te grijpen en een poging te ondernemen om dit steeds enger wordende hedendaagse wereldbeeld te verbreden.

Dit artikel is eerder gepubliceerd door Fortean Times.
Vertaling: Gino Smeulders en Frits Westra.


Terug